| 
Poëzie oefent een bijzondere
aantrekkingskracht op mij uit. Taal geschreven op vuilniswagens,
of in de metro vindt in mij een gretig lezer. De relatie tussen
het beeld en de taal, de interactie en invloed die het woord
op het beeld kan hebben en vice versa vind ik fascinerend.
De wereld is vervuld met taal en tekens en hun integratie.
De reclame is daar het meest profane voorbeeld van. Als kunstenaar
zoek ik naar een versmelting van het woord met het beeld,
naar integratie van poëzie in mijn dagelijks leven.

”De Grond” AaKerk Groningen 1998 |
De Installatie “In de bedding
van je heupen” is een vervolg op één van
mijn vorige installaties “De Grond”, een pad van
bloedrood zilverzand met daarop een gedicht van Roberto Juarroz
geprojecteerd( zie foto). De woorden van het gedicht verstrooien
zich over de bezoeker, wanneer deze zich beweegt over het
zand. Uiteindelijk na het verlaten hervindt het gedicht weer
haar oude staat met alleen de voetstappen als stille getuigen
van een opgedane ervaring.
Een aanleiding voor de installatie
“In de bedding van je heupen”
is een gedicht van Hans Lodeizen. Het verlangen en de geborgenheid
die de dichtregels op mij hebben uitgeoefend, hebben er toe
bijgedragen het zand als drager op te tillen en als projectiescherm
te laten dienen voor het bed.
Het zand, maagdelijk wit, dat geassocieerd
kan worden met smetteloze lakens en zuiverheid.
Het zand dat zich voegt naar het lichaam dat plaatsneemt op
het bed.
Het zand dat, verwarmd en aangelicht door de projectie, misschien
herinnert aan zo'n zomeravond op het strand als de tijd stil
lijkt te staan.
“Gedichten zijn voortbrengselen
van de verbeelding, zoals ook dromen het zijn. De figuren
die in onze dromen optreden, zijn vaak afspiegelingen van
onszelf”. Dit citaat van Adriaan Morriën kun je
terugleiden naar de installatie “In de bedding van je
heupen”.
Na dit gedicht jarenlang in mezelf
gekoesterd te hebben is in mijn verbeelding een bed van glas
en staal met een projectie en de afdruk van een menselijk
lichaam in het witte zand ontstaan.
Het leek me noodzakelijk dit beeldend te realiseren in de
vorm van een installatie waarin de toeschouwer voor het dilemma
geplaatst wordt om al of niet deel te nemen aan dit verlangen,
waarin de deelname aan of de weigering van de beleving tot
uitdrukking gebracht wordt. In de beleving van dit verlangen
komen de poging tot deelname én de afwijzing samen.
Deze twee-eenheid wil ik in een installatie laten zien.
Zoals de laatste regels van het gedicht
zeggen:
”soms komen we elkander tegen
ik slaap altijd zonder jou
en we zijn altijd samen”.
Het geheel van de installatie In de
bedding van je heupen roept een beeld op van verlangen. En
van verbondenheid en harmonie.Tegelijkertijd is er sprake
van afstand en onbereikbaarheid.
Het gedicht zowel als het beeld beschrijven een interactie
tussen twee mensen als tussen zee en strand, elkaar steeds
ontmoetend en beïnvloedend én van elkaar gescheiden.
Twee individuen tussen wie onophoudelijk ‘toevallige
ontmoetingen' plaatsvinden.
Bij het zien van de filmbeelden van
mensen op het zand geprojecteerd en de
lege plek op de andere helft van het bed, kan bij de toeschouwer
de volgende gedachtegang ontstaan:
- blijkbaar heeft hier iemand gelegen...
- hier zou ik ook kunnen gaan liggen...
- dan zie ik naast mij een projectie
van een lichaam...
- ik kan mezelf dus in het witte
zand tegen een projectie van een lichaam aanvleien...
- ik kan met mijn handen in het
zand over een lichaam strijken en deze strelen of een tikje
ergens... uitdelen...
- ik kan zand over een geprojecteerd
lichaam uitstrooien...
- ik kan mezelf zien liggen op de
monitor aan het voeteneind van het bed naast het geprojecteerde
lichaam...
- ik kan het witte pak wat naast
het bed hangt aantrekken en mezelf over het zand laten rollen
en de geprojecteerde lichamen over mij laten heen laten
vallen... en mezelf en de wisselende videobeelden van de
lichamen op mijn lichaam op de monitor zien...
Gaat de toeschouwer in op de uitnodiging
tot deelname en te ‘slapen in de bedding van je heupen’,
gevormd door de afdruk van de vorige bezoeker, dan wekt hij
het beeld verder tot leven en draagt hij bij aan het vervolg
ervan. Deelnemen betekent tot leven brengen, in de beleving
en het verlangen die de dichtregels oproepen.Tot leven brengen
zowel in het voor allen zichtbare beeld, als in het individuele
gemoed: het wegdromen met een ander mens die slechts uit een
projectie bestaat. De toeschouwer is meer dan kijker; hij
of zij is deelgenoot aan het kunstwerk, is partij, en kan
zich voor korte tijd betrokken voelen bij het ijle, immateriële
en vluchtige beeld waar hij naast ligt.
Ook
als de toeschouwer niet op de uitnodiging ingaat, kan een
soort innerlijke film van de bovengenoemde gedachtegang hebben
plaatsgevonden, even waardevol als wanneer de toeschouwer
daadwerkelijk was gaan liggen. De beweging van de geprojecteerde
beelden wisselt per karakter. Hierdoor roept elk geprojecteerd
beeld ook een andere sfeer op. Ieder persoon in de projectie
is ongeveer 1 minuut in beeld. Soms iets korter soms wat langer.
Wanneer een persoon plaatsneemt in het bed, plaatst hij/zij
zichzelf (voor de bezoeker die de installatie gade slaat )
in de rol van bekekene. Hij of zij die naar de installatie
kijkt, zal zijn beeld aanpassen, wanneer iemand anders in
het bed plaats gaat nemen. Daardoor wordt het bewustzijn van
de bezoeker in verandering gebracht.
De poëzie van Hans Lodeizen
wordt door Adriaan Morriën benoemd als 'schommelend tussen
de weifeling het leven te aanvaarden en het te ontvluchten
in de droom van een ander gelukkiger leven' Deze beweging
wordt in de installatie 'In de bedding van je heupen' uitgedrukt.
Zowel in het voor allen zichtbare beeld als in het individuele
gemoed: het wegdromen met een slechts uit projectie bestaande
partner.

In
het geprojecteerde beeld zijn mannen en vrouwen te zien. Ze
zijn kwetsbaar en half naakt.
Soms zijn ze geheel of gedeeltelijk bedekt met zand. Het beeld
toont mensen van verschillende achtergronden, cultuur, leeftijd,
sekse en uiterlijk (maat). Nu eens zien we hen slapend en
roerloos stil, dan weer langzaam bewegend, zich omdraaiend,
ontwakend, onderzoekend. Ze zijn gefilmd vanuit mijn interpretatie
en associaties met het gedicht ‘In de bedding van je
heupen’ van Hans Lodeizen. De associaties met het gedicht
zijn verbeeld door de lichaamstaal van de acteurs.
Soms
is een acteur volledig in beeld, afwisselend scherp en onscherp,
dromerig, of meer in detail op het gezicht, handen of voeten.
Ze zijn in relatie met het zand: of ze vechten ermee, of ze
bewegen ontiegelijk, ook spelen handen/voeten met het zand
ofwel liefkozen ze met het hoofd, handen of voeten het zand.
De sfeer van de video doet denken aan een 17de eeuws schilderij,
de doeken gedrapeerd om de lichamen dragen hier deel aan.
Het
bed is 2 m breed en 2,20 m lang en bestaat uit een staalconstructie,
een bodem van hout en 4 glasstroken. Een flinke laag wit gebroken
marmerzand van 12cm als matras en op de grond onder het bed
ligt ook het zand. Een lamp en een zwart scherm verlichten
de plek waar de toeschouwer kan plaatsnemen. De grondoppervlakte
die de installatie nodig heeft molet minimaal 9 x 6 meter
betreffen. De hoogte tot het plafond moet minstens 5 a 6 meter
zijn. Een lamp en een zwart scherm verlichten de plek waar
de toeschouwer kan plaatsnemen.
De firma de Haven, een machine en
constructie bedrijf te Maassluis, heeft zorg gedragen voor
de staal constructie middels sponsoring. De glasstroken zijn
geleverd door Glasindustrie Van Putten B.V. De stroken zijn
aan één zijde - de bovenzijde - “bol”poli
geslepen. Gebroken wit marmerzand is verkrijgbaar bij de firma
Zonneveld en Landheer te Rotterdam. Een bijdrage in sponsoring
kwam van de ster van Kralingen, Fakton, Decolux Zonwering
en Hotel New York Rotterdam.
In Amerika is inmiddels de constructie
van het bed vervaardigd via een fonds van de Filmschool.

| December 5, 2000
I am the Dean of the School
of Filmmaking at the North Carolina School of the Arts
in Winston-Salem, North Carolina. For the past 10 days
our School has hosted an exciting and dynamic art installation
by artist Marianne Klapwick entitled “In the Bed
of Your Hips.”
The collaboration between
Ms. Klapwick and the School of Filmmaking was begun
by two of our faculty members and filmmakers-in-residence,
Balint Birkas from Production Design and Robert Collins
from Cinematography. They proposed involving students,
faculty and staff in this innovative and unusual approach
to the use of video, sound and physical space.
Students under Ms. Klapwick’s
supervision constructed the installation on our Sound
Recording Stage. Students have served as production
assistants, assistant directors, costumers, prop builders,
sound recordists and camerapersons. They have also recorded
voices, mixed them and incorporated them into audio-visual
elements.
Many faculty, staff and
students lent their voices and bodies to this project.
It has been very exciting, creatively stimulating and
artistically challenging for the students, faculty and
staff of the School of Filmmaking to participate in
this unusual project.
Dale Pollock |
Voor de realisatie van de filmbeelden
heb ik contact gezocht met Balint Birkas (Art Director) en
Robert Collins (Director of Photography), beide werkzaam als
docent aan de School of Filmmaking, North Carolina School
of the Arts, USA.
Ze zijn bereid geweest om met mij
samen de film te realiseren en hebben mij uitgenodigd om naar
de School of Filmmaking te komen als “Guest Artist”
tijdens een workshop “Intensive Arts”, van 27
november tot 10 december 2000 jl. Op de filmschool is de film
gemaakt en gemonteerd.Tevens is een proefopstelling van het
bed gemaakt. De preview van de installatie werd lovend door
de directeur/docenten/studenten ontvangen.
Tevens hebben de studenten van de Filmacademie een documentaire
van het proces gemaakt, deze zal in het najaar 2001 klaar
zijn. Het filmgedeelte is in North Carolina gemaakt, op een
geluidspodium, op digitale video van Robert’s keuze.
De montage is op een Mac G-4 met Final Cut Pro gerealiseerd.
Deze is overgezet op DVD om in een “loop” van
ongeveer twintig minuten geprojecteerd te worden.
Via een computer/videobeamer (er zijn twee versies mogelijk)
wordt de film van bovenaf op het bed geprojecteerd middels
een spiegel.

.....The School of Filmmaking
trains exceptionally talented students for professional careers
in the moving image arts. This program stresses the collaborative
creative process of filmmaking. The program does not seek
to train professionals as specialists in one facet or another
of the filmmaking arts and sciences. It does, however, seek
to develop and nurture the complete filmmaker — a storyteller
of vision and insight who knows and appreciates the entire
spectrum of components that are essential to the creation
of a theatrical motion picture. The intense conservatory training
concentrates on cinematography, directing, editing and sound,
producing, production design and screenwriting. The School
of Filmmaking works closely with the Schools of Drama, Design
& Production, Music, Dance and the Visual Arts Program
as essential contributors to the filmmaking process.
The faculty of the School of Filmmaking consists of working
professionals from the motion picture and television industry.
The relationship between faculty and students is one of "master-apprentice"
involving close collaboration in all aspects of the development,
production and exhibition of motion pictures. Students work
in both video and film producing several productions of varying
length over the course of their studies. The Bachelor of Fine
Arts or a College Arts Diploma is awarded to those students
who satisfactorily fulfil the requirements of the program.
Balint Birkas - Filmmaker-in-Residence:
Production Design
Studied Fine Arts. 15 years experience as a Filmmaker. Career
spanning features, theatrical shorts, television, industrials
and scores of TVcommercials. Credits include: KANGAROO MAN
(US-Taiwan), HOMER AND EDDIE, THE HITCH-HIKERS (Eudora Welty
short story), SEIKO MATSUDA (Tokyo Broadcasting), KELLOGG’S,
COLGATE, TWININGS, BMW, MARS, PUMA, KENWOOD, RACKROOM, etc.
Most recent exhibit as an artist, Greensboro, ‘99.
Robert Collins Filmmaker-in-Residence:
Post-Production and Cinematography
Member DGA, IATSE, SOC. Emmy Award-winning Director of Photography.
Credits include: MIAMI VICE (pilot), TWILIGHT ZONE, HART TO
HART, DINOSAURS, AIRWOLF, SUPERMAN I, OCTOPUSSY, GRAND PRIX,
National Geographic specials, THE WEST OF JOHN FORD, ABC’s
Wide World of Sport. Commercials: MILLER LITE, LA GEAR, BANK
OF AMERICA, TOYOTA, JOHNSTON'S YOGURT. Documentaries: N.G.S.
THE URBAN GORILLA, THE MAKING OF CAPTAIN EO, THE VOODOO CONNECTION,
EXPLORING THE UNKNOWN.

Het gedicht van Hans Lodeizen “In
de bedding van je heupen” wordt afwisselend voorgedragen
door mannen en vrouwen. Er is op de Filmschool in Amerika
ook een engelse versie van het gedicht via een geluidsstudio
opgenomen en op cd-rom gezet.
De loop van de geluidsband begint
met een vrouwenstem die zachtjes de tekst zingt, daarna gevolgd
door een mannenstem die dan de dichtregels voordraagt. Daarna
zijn de dichtregels beurtelings voorgedragen door mannen en
vrouwenstemmen waarna weer gevolgd door een man en vrouw.
Het gedicht wordt ook fluisterend voorgedragen. John Sisti
van de Filmschool in Winston – Salem heeft achter de
stemmen die het gedicht voordragen het geluid van de zee,
wind, opiumpijpen, krekels en meeuwen gemonteerd.
Johannes August Frederik Lodeizen
is geboren op 20 juli 1924 te Naarden en is overleden op 26
augustus 1950 te Lausanne. Hans studeert enige tijd rechten,
daarna biologie. Hierin heeft hij ook college gevolgd te Amherst,
VS.
In 1948 gaat zijn gezondheid achteruit. Hij verblijft een
periode in een sanatorium te Zwitserland.
Eerder schrijft hij het prozastuk “reis naar de Congo”
(verschenen in Libertinage 1951) en enkele kinderverhalen.
Pas in 1946 begint hij met poëzie. Mede door de korte
periode waarin deze ontstaat, is de thematiek ervan beperkt.
Rijmloze verzen van een kwetsbare persoonlijkheid, waarin
vervreemding en melancholie de grondtoon is. Hij typeert zich
in zijn nagelaten werk als ‘maar een klein wezen’
en ‘een kuip vol dromen’. Voor ‘Het innerlijk
behang’ (1950) wordt hem in 1951 de Jan Campertprijs
toegekend.
|