|
|
Jeanne
Ze verscheen
plotseling
vanuit koude nacht
jong en sterk
fris en zuiver
was ze blozend
binnen getreden.
Ze bewoog
haar verschijning
in het bijzonder
sprankelende verbazing
kwam me tegemoet
zonder die beweging
zou haar rijpheid achterblijven.
Ze aardde
en onder haar schaduw
vond ik een plekje
avontuurlijk warm
bewegelijke handen
streelden natuurlijk
door mijn verwarde haren.
Ze restte
een vlinder tussen de bloesem
vluchtig neergedaald
Ik vlijde mijn lichaam
zachtjes tegen haar aan
We waren samen
alleen in onze eigen wereld.
22 – 3 - 1993
Rotterdam,
Marianne E. Klapwijk |
|
|